Anamnese bij verdenking op melanoom
Bij de anamnese moet er, als er verdenking is op het bestaan
van een melanoom, gevraagd worden naar:
- Aard en duur van de klachten en symptomen. Er moet
gevraagd worden naar:
- Kleurverandering
- Groei (in dikte en in diameter)
- Jeuk (steken)
- Ulceratie
- Gemakkelijk bloeden
- Onstaan uit pre-existente laesie (naevus) of de novo en
de aard van eventuele voorafgaande behandelingen.
- Familieanamnese ten aanzien van melanomen. Een melanoom
in de naaste familie betekent vaak een verhoogd risico op
het ontstaan van melanomen bij de patiënt.